Over Mieke

Van onzeker, verongelijkt meisje tot visionaire vrouw
Mieke is geboren in een groot gezin. Haar ouders hadden een kleine boerderij temidden van weilanden en korenvelden. Als kind ervaart zij dat haar gevoel en haar logische denken vaak wordt weggerationaliseerd. Op school (en ook daarna) let ze meer op hoe er met elkaar wordt omgegaan dan op de lesstof. Ze lijdt onder politieke besluiten zoals de ruilverkaveling en de schaalvergroting van de veeteelt. Daarbij moet de natuur wijken voor zogenaamd economisch belang. Mieke voelt afstand naar de wereld waarin haar gevoel niet erkend wordt en zij voelt zich onmachtig om daar iets aan te veranderen. Ze kan niet op tegen de overheersing. Die straalt te veel macht uit.

Bewustzijn
Mieke ontwikkelt zich aan de hand van verschillende soorten werk, opleidingen en cursussen. Zij heeft ambitie maar laat steeds haar gevoel leiden boven haar carrière-belang. Toen zij kinderen kreeg stond ze voor het moederschap. Ze merkte dat daar geen enkele maatschappelijke eer of waarde aan wordt toegekend terwijl het voor haar het meest waardevolle, intensieve, dierbare, gecompliceerde, inspirerende en leerzame is wat ze ooit deed. Ze komt (gelukkig) in aanraking met het fenomeen ‘ bewustzijnsontwikkeling’ waarin ze zich meteen thuis voelt. Ze gaat zich meer en meer bezighouden met vrouw-man-thema’s. Het valt haar op dat feminisme wordt ingevuld alsof ‘gelijk zijn aan mannen’ voornamelijk betekent dat vrouwen participeren in de wereld van studie en buitenshuis werk (Heel begrijpelijk omdat het eindelijk ‘mocht’). Mieke wordt zich bewust van het feit dat ze zich tegen wil en dank aanpast aan een door mannen/mannelijkheid gedomineerde wereld. Haar kwaadheid hierover werkt ze uit in haar boek ‘God is geen man’. Daarin beschrijft ze de eeuwenlange invloed van de tot man gemaakte ‘Almachtige’. Sommigen zeggen dat Mieke de universele vrouwelijke kwaadheid verwoord.

Equalisme
Mieke denkt en voelt graag na over ‘feminisme part two’ en noemt dat ‘equalisme’.  Ze is inmiddels grootmoeder en hoopt dat ze in dit leven nog door kan dringen tot het bewustzijn van velen.

Een taalupdate en intuïtie als studierichting
Om een begin te maken met ‘orde op zaken stellen’ maakt Mieke aan de hand van ons dagelijks taalgebruik duidelijk dat we nog middenin het paternalistisch tijdperk leven. Want de mannelijke vorm is ook in de taal de norm. Al wat vrouwelijk is wordt weggebonjourd. Ze brengt tegenwicht door het introduceren van  een radicale taalaanpassing. Daarmee demonstreert Van Nistelrooij hoe gelijkheid en evenwaardigheid in de taal eruit ziet. De taalupdate ziet ze als prototype, als leidraad om ook op alle andere gebieden door te dringen tot de kern van gelijkheidservaring. Zo ziet Mieke het introduceren van ‘Intuïtie en gevoel’  als studierichting op universiteiten als een begin van erkenning en (her)ontwikkeling van de vrouwelijke benaderingswijzen van alle andere studies.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Over Mieke

 Ik ben een kind uit een groot gezin. We woonden op een primitief maar bijna autonoom boerderijtje te midden van weilanden en korenvelden. Daarom hou ik (denk ik) van eenvoud en de natuur. Mijn intelligentie werd in mijn jeugd nauwelijks gevoed en de omgangsvormen in mijn omgeving waren ongenuanceerd. Daarom ben ik (denk ik) een zoekster geworden en houd ik van diepgang. Ik verwachtte als kind dat het klopte wat grote mensen deden en beslisten maar dat was lang niet altijd zo. Ik dacht dat ik niet in staat zou zijn, daar iets aan te veranderen. Dat gaf een machteloos gevoel waardoor ik rebels werd.

Toen ben ik gaan reizen en gaan schrijven maar wat ik schreef kwam nooit af. Ik nam mijzelf niet serieus genoeg. Ik besluit te gaan zoeken naar mensen die mij begrijpen. Ik zoek in studentenkringen, in vriendschappen, in milieubewegingen, in de politiek, in de hulpverlening en in andere culturen.

Als ik zelf al twee kinderen heb, vind ik het: een vrouw leert mij de diepere waarden en de werking van het christendom (zonder kerk of organisatie) kennen en daarin herken ik mezelf meteen. Om de waarden die mij geleerd werden in praktijk te kunnen brengen, ben ik bewustzijnscursussen gaan volgen en daar ben ik nooit meer mee opgehouden. (o.a. ITIP, PSE, ACIM, Avatar)

Door die cursussen heb ik geleerd meer en meer verantwoordelijkheid te nemen voor wie ik ben en wat ik kan. Ik ging mezelf eens serieus nemen in plaats van denken dat anderen toch iets zouden moeten doen om de wereld te verbeteren! Ik werd langzamerhand de kapitein van mijn eigen scheepje. Mijn ervaringen en inzichten in het leven heb ik ontwikkeld via het moederschap, bewustzijnscursussen, (liefdes)relaties, verschillende banen en opleidingen. Het meest heb ik geleerd van alles wat ik wilde, maar wat niet lukte. Dat leidde mij tot de essentie van het leven: waar gaat het nou eigenlijk over? Mislukkingen leerden mij succes te relativeren en het geluk kennen dat niet met succes te maken heeft. Mijn vermogen om helder en logisch te denken, mijn rebellie, purisme en zelfreflectie: ik kon het allemaal goed gebruiken om God is geen man te schrijven. Door middel van de hiaten in de taal, kon ik op de best mogelijke manier zeggen wat ik wil zeggen.

 

 

Schrijfmotie

Diepliggende, onstuimige gevoelens van ongenoegen hebben mij gedreven God is geen man te schrijven. Het was een heilzaam proces en het duurde jaren. Dat kwam hoofdzakelijk omdat ik van kwaadheid geen fatsoenlijk woord op papier kreeg. Het ongenoegen bleek te gaan over het dominante mannelijke, dat ik in mezelf en in de samenleving ervaar. Waardoor ik, als ik me niet aanpas, er niet aan te pas kom. Mijn kwaadheid werd constructief vanaf het moment dat ik er creatief en open naar kon kijken.

 

Nu het proces van het schrijven van ‘God is geen man’ is afgerond wil ik het liefst doorgaan met schrijven en onderzoeken over de wijsheid en het leiderschap van de vrouw. Hoe ziet dat er uit, hoe komt die wijsheid meer aan de oppervlakte, hoe komt vij het best tot ins recht?

 

Volgende boek?

 

Veel vrouwelijke wijsheid gaat verloren als wij vrouwen daar niet voor gaan staan; als we het bepalen te veel aan anderen over laten. Ik geloof dat dat mijn centrale boodschap is. Vrouwelijke wijsheid is (hard) nodig en wij vrouwen kunnen meer verantwoordelijkheid nemen voor hoe het er aan toe gaat. Daarvoor is het nodig dat we onze eigen manier van leiderschap ontwikkelen en ons niet aanpassen aan wat mannen van ons verwachten. Want daarin gaat juist onze wijsheid verloren. Vrouwelijk leiderschap kan de vrouw in zichzelf ontwikkelen door zichzelf, haar lichaam en haar moederschap te koesteren en serieus te nemen. De volgende stap is dat deze vorm van leiderschap wordt geïmplementeerd in de maatschappij en deze vorm naast de mannelijke manier geplaatst wordt (intuitie en voelen naast ratio en daadkracht). Geen concurrentie en ‘van hetzelfde’, maar verschil en samenwerking: waardoor bestuur en samenleving een weefwerk wordt van vrouwelijke en mannelijke invloeden: het mannelijke een stap terug, het vrouwelijke een stap vooruit.

In de taal zetten de mannelijke woorden een stap terug, ten gunste van de ooia-woorden (zie ‘God is geen man’ hoofdstuk 2).